Geschiedenis familie de Vaal

Hoe komt het beroep van zilversmid in de familie De Vaal? Was dit een beroep dat binnen de familie altijd al van vader op zoon over ging? Het antwoord hierop is ‘nee’. De eerste De Vaal die zich na zijn huwelijk met Maria van Heumen in Schoonhoven vestigde, was smid. Pas onder de kinderen van zijn kleinzoon, Daniel de Vaal, treffen we de eerste zilversmeden aan. Jan, de tweede zoon, geboren in 1826 en Adrianus de jongste uit het gezin, geboren in 1841. Hoe kwam het dat deze twee jongens niet het beroep van hun vader volgden, maar zilversmid werden? De reden zou kunnen zijn dat zij niet de oudste kinderen waren en dat zij opgroeiden in een stad waar het meest voorkomende beroep zilversmid was. Maar dat was ook van toepassing op hun vader, die was ook niet de oudste zoon in het gezin. Hij koos wel voor het beroep van zijn vader. Er was een andere reden. De moeder van Jan en Adrianus was Pieternella van Geelen. Zij was een dochter uit een oud Schoonhovens zilversmedengeslacht met een traditie die teruggaat tot in de 17e eeuw. Jan en Adrianus kozen dus voor het beroep van hun grootvader Hendrik van Geelen.

Werkmeester
Van de oudste van de twee is niet bekend bij wie hij in de leer is geweest en bij wie hij heeft gewerkt. De jongste uit het gezin, Adrianus, leerde het vak bij Gerrit Kuilenburg. Hij nam in 1866 de zilversmidwerkplaats met inventaris over van de weduwe van Cornelis de Jong in de Korte Weistraat en vestigde zich als zelfstandig werkmeester met een eigen meesterteken. Tot zijn overlijden in 1928 oefende hij zijn vak uit en bleef het bedrijf bestaan. Hij trouwde in 1870 met Krijntje Maria de Jong. Samen kregen zij tien kinderen, twee dochters en acht zoons, waarvan er slechts vier volwassen werden. Drie van die vier werden zilversmid en de vierde werd machinist, eerst op het treintje van Schoonhoven naar Gouda, later in dienst van de Schoonhovense Zilverfabriek Hooijkaas voor bediening en onderhoud van onder meer de befaamde gasmotor. Jacob, de oudste van de vier, werkte als goud- en zilversmid in het bedrijf van zijn vader. De andere twee zoons Jan en Zeger kozen voor het vak van zilversmid en gingen uiteindelijk bij Hooijkaas werken. Jacob overleed aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Net als voor alle zilversmeden in Schoonhoven was het toen voor vader een moeilijke tijd. Hij kon amper het hoofd boven water houden, waardoor allebei de andere zoons ervoor kozen het bedrijf niet over te nemen en in dienst te blijven bij Hooijkaas.

De derde generatie
De drie zoons van Jan de Vaal bezochten alle drie de Vakschool voor goud-, zilversmeden en uurwerkmakers. De oudste, Janus, trad in de voetsporen van zijn vader. Hij bracht zijn hele werkzame leven door in dienst van Hooijkaas. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw bracht hij veel tijd door in het Edelambachtshuis, waar hij voor bezoekers het aloude ambacht van zilversmid demonstreerde. Eén van de vaardigheden die hij van zijn vader leerde en die hij daar demonstreerde, was de vervaardiging van de zilveren oorijzers voor de klederdracht van de Scheveningse vissersvrouwen. Hij was de laatste zilversmid in Nederland die dit nog deed. Tot aan zijn overlijden in 1981 was hij hier buiten de normale werkuren nog mee bezig. Het laatste oorijzer waaraan hij werkte, was op het moment van zijn overlijden bij de waarborg om gekeurd te worden. Deze is nu in het bezit van de familie.

Horlogemaker juwelier
De tweede zoon, Gerrit, bezocht na de MULO ook de vakschool. Hij leerde daar het vak van horlogemaker. Na de Tweede Wereldoorlog startte hij een eigen bedrijfje in het voorkamertje van het ouderlijk huis in de Olivier van Noortstraat. Veel had het niet om het lijf. Daar was ook geen ruimte voor. Behalve zijn ouders en zijn jongere broer Jacob woonde ook hij daar met zijn vrouw en dochtertje. Gelukkig kon hij na enige tijd het winkelpand in de Lopikerstraat kopen waar nu juwelier Duhen is gevestigd. Na een aantal jaren daar gewerkt te hebben, vertrok hij naar Vianen, waar in die tijd meer mogelijkheden waren. In Schoonhoven was de concurrentie groot. In Vianen was hij toen de enige horlogemaker/ juwelier. Gerrit had slechts één dochter en deze had geen belangstelling voor het bedrijf. Het bedrijf werd daarom ook niet voortgezet.

Goud- en Zilverwerken Jac. de Vaal
Goud- en Zilverwerken Jac. de Vaal is in 1957 opgericht door Jacob, de jongste zoon van Jan de Vaal. Jacob bezocht net als zijn twee oudere broers de vakschool. Na zijn opleiding trad hij in dienst van de firma Hooijkaas, waar hij zich onder leiding van zijn vader en oudste broer Janus verder bekwaamde in het vak. Nadat hij als onderofficier bij het korps mariniers in Indonesië zijn dienstplicht had vervuld, kwam hij terug naar Schoonhoven en trad hij in dienst bij de zilversmid Jan Krins. In 1957 kreeg hij door een gelukkig toeval de beschikking over het kapitaal dat nodig was om het bedrijf op te zetten en zich ook nog om te scholen van zilversmid naar goudsmid. Net als zijn broer Gerrit begon hij zijn bedrijf in het ouderlijk huis in de Olivier van Noortstraat. Niet in het voorkamertje maar in een slaapkamer op de bovenverdieping. Na enige tijd kon hij een garagebox huren onder de flat aan de Jan Lutmastraat. Het bedrijf groeide en er volgde nieuwbouw op de hoek van de H.A. Schreuderstraat en de Adam van Vianenstraat. Onenigheid met het gemeentebestuur over een verbouwing, die een uitbreiding mogelijk moest maken, brachten hem ertoe het bedrijf te verplaatsen naar Bergambacht.

De vierde en vijfde generatie
Jac. de Vaal werd bekend als productiebedrijf voor gouden ringen. Maar ook reparaties voor verschillende juweliers zijn een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden geworden. In het boekwerkje over het Schoonhovens Zilversmidsgilde staat vermeld: “Wij repareren alles, als het maar niet drijft.” De leiding over het bedrijf berust nu bij Jan, de derde in het vak met die naam. Hij is de jongste zoon van Jacob. Hij vertegenwoordigt de vierde generatie. Met zijn zoon Wesley heeft de volgende generatie zilversmeden met de naam De Vaal zich al aangediend. De vierde generatie De Vaal kent nog een vertegenwoordiger, namelijk Geertje Witjes-de Vaal, de dochter van Janus de Vaal. Ook zij volgde een opleiding aan de Vakschool, ontmoette daar haar toekomstige echtgenoot Jan Witjes en samen begonnen zij een bedrijf in Brabant. Hun jongste zoon Stefan Witjes, is de eerste van de vijfde generatie die de vakschool bezocht. Vrij kort na het beëindigen van zijn opleiding werd hij in staat gesteld een winkel met werkplaats over te nemen aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, waar hij alweer bijna tien jaar succesvol het edelambacht van zijn voorouders uitoefent.


v.l.n.r. Jan de Vaal, zoon Wesley de Vaal en dochter Jolijn de Vaal

Tekst: Ad de Vaal
Dit artikel is eerder verschenen in een publicatie van de Nationale Zilverdag.